dinsdag 26 februari 2019

Severus Alexander

Dit is een interessante munt, in een opwelling gekocht, vanwege het fraaie hoofd van keizer Severus Alexander en de mooie patina.
Het is een munt uit Nicaea, een oude Griekse stad in Klein-Azië. Nicaea maakte onderdeel uit van de provincie Bithynia, dat door de Romeinen werd toegevoegd aan hun rijk. Later werd de stad veroverd door de Turken en ingelijfd in het Ottomaanse Rijk. Tegenwoordig staat de stad bekend onder de naam Iznik in Turkije.

Op de voorzijde van deze bronzen munt staan de volgende (Griekse) letters:
M AVP CЄV AΛЄΞANΔPOC AVΓ. Dit is de afkorting voor Marcus Aurelius Severus Alexander augustus (AVΓ).

Op de achterzijde staat NI - KAI - EΩN, de naam van het stadje.

De keerzijde is best aardig. Hier staan drie standaards afgebeeld. De middelste heeft een krans op top, en wordt geflankeerd door twee standaards met een capricornus (steenbok).

De capricornus heeft een mythologische oorsprong, namelijk die van de Griekse god Pan die een menselijk lichaam had maar horens en hoeven had van een steenbok. Pan waarschuwde de andere goden met zijn luide stem dat het verschrikkelijke monster Tepheus iedereen zou aanvallen en daardoor veranderden de goden zich om Tepheus te misleiden in andere gedaanten en veranderde Pan zijn onderlichaam in dat van een vis. In de strijd die hierna losbarstte viel het monster Zeus aan maar deze werd bijgestaan door Pan die Tepheus versloeg. Zeus verbande dit monster naar de voet van de Etna en Pan werd beloond voor zijn hulp door een plaats te krijgen aan de sterrenhemel.

vrijdag 1 februari 2019

Augustus en de bliksem


Dit is een as met het portret van Augustus, uitgegeven tijdens het regime van keizer Tiberius.

De keerzijde is interessant. Een bliksemschicht tussen de twee grote letters S C (Senatus Consulto = bij senaatbesluit). De bliksem (Latijn: fulmen) werd in de Romeinse tijd gezien als het wapen van de god Jupiter. Augustus was inmiddels net als Jupiter een godheid geworden (Divvs) en wellicht ook uitgerust met dit machtige wapen van de goden......

dinsdag 1 januari 2019

Augustus onder de goden opgenomen


Een van mijn mooiere munten, een as met de afbeelding van de vergoddelijkte keizer Augustus op de voorzijde, uitgegeven door zijn opvolger, keizer Tiberius. In het omschrift op de voorzijde wordt de vergoddelijking vermeld met de Latijnse woorden "divvs", letterlijk: onder de goden opgenomen. Augustus was een van de keizers die na zijn dood door de senaat werd verheven tot de goden.

Op de keerzijde het altaar dat keizer Tiberius liet oprichting op het Campus Martius (het Marsveld) in Rome ter nagedachtenis van Augustus.

Tiberius liet tijdens zijn heerschappij veel munten slaan ter nagedachtenis van zijn stiefvader. Natuurlijk was dit uit eerbetoon, maar dit zal ongetwijfeld ook uit eigen belang zijn geweest, omdat hij mocht hopen dat de populariteit van zijn stiefvader ook ook hem zou afstralen, hetgeen zijn machtspositie zou versterken. Overigens heeft Tiberius nooit de populariteit van zijn stiefvader kunnen evenaren.

zaterdag 1 december 2018

Germanicus en de verloren adelaars


Germanicus Caesar, meestal kortweg Germanicus was een vooraanstaand Romeins veldheer. Door twee opeenvolgende adopties (Tiberius door Augustus, Germanicus door Tiberius) mocht hij Augustus later zijn grootvader noemen. De latere keizer Caligula was zijn zoon, Claudius zijn broer, en Nero, zijn kleinzoon. Germanicus is vooral bekend geworden als een kundig krijgsheer en een bijzonder populair politicus in de tijd van Tiberius. Het was vooral aan hem te danken dat er na de nederlaag van generaal Varus in het Teutoburgerwoud weer orde en rust terugkeerde aan de grens met Germanië. De enorme populariteit van Germanicus, die op het toppunt van zijn kunnen en populariteit stierf, heeft waarschijnlijk nog nagewerkt bij zijn zoon en kleinzoon. Dat Caligula en Nero, die achteraf gezien weinig geschikt bleken voor het keizerschap, nog zo lange tijd veel krediet kregen van het Romeinse volk is waarschijnlijk deels te verklaren door de grote populariteit van hun vader en grootvader. Dat Claudius, die zijn fysiek niet mee had, door de soldaten werd uitgekozen als opvolger van Caligula zou iets met de populariteit van zijn te jong gestorven broer te maken gehad kunnen hebben.

Alle munten voor Germanicus zijn na zijn dood geslagen. Eerst Caligula, en vervolgens Claudius hebben een reeks van dupondii en assen op de markt gebracht. Decennia later hebben ook Titus, en daarna Domitianus, Germanicus herdacht door het slaan van munten met zijn afbeelding. Koperen munten van Germanicus met forse slijtage zijn voor relatief weing geld verkrijgbaar. Voor een mooie munt moet echter al snel honderden euro's worden neergeteld. Maar dan heb je wel een antieke munt van een uitzonderlijk persoon in de Romeinse geschiedenis.

Op deze historische dupondius is Germanicus te zien in zijn triomfquadriga (vierspan). De keerzijde van de munt met het opschrift 'signis recept devictis germ' vertelt ons dat de adelaars van de verloren legioenen uit de Varusslag (drie legioenen zijn hier in de pan gehakt) zijn teruggekeerd in Rome. Deze munt is geslagen door Caligula om zijn overleden vader Germanicus eer te bewijzen.


dinsdag 27 november 2018

Jupiter in een quadriga


Gewoon een mooi muntje uit de tijd van de Romeinse republiek. Op de voorzijde het bekende hoofd van de godin Roma, de verpersoonlijking van de stad Rome, die als godin werd vereerd. Op de achterzijde woest galopperende paarden met de god Jupiter die de teugels vasthoudt met in zijn linkerhand verder nog een staf en in zijn rechterhand de bliksem.

De letters AN VRF staan voor de muntmeester T. Annius Rufus. Hij diende ook als consul in het jaar 128 BC.

Over de X op de voorzijde (achter het hoofd van Roma) valt nog te vertellen dat dit een waardeaanduiding was. De denarius was tien maal de waarde van een as. Dit werd met het Romeinse cijfer X aangeduid.

Tot slot nog iets over de naam Rufus. Dit is een zogenaamde 'cognomen'. Een cognomen is een onderdeel van de traditionele Romeinse naam, zoals vastgelegd in de richtlijnen op het gebied van namen in het oude Rome.

Het cognomen was de derde naam van een Romein en volgde traditioneel op het praenomen en het nomen gentile. Het cognomen verwees soms naar een karaktertrek of uiterlijke eigenschap. De naam Rufus was een enorm populaire cognomen en betekent 'roodharige'.

donderdag 1 november 2018

Caligula, soldatenlaarsje


Op deze dupondius is het hoofd van keizer Caligula afgebeeld met op de keerzijde een zittende Vesta. Zij is de Romeinse godin van het haardvuur (de huiselijke haard) en daarmee ook van de eendracht en veiligheid van het Romeinse rijk. In haar rechterhand houdt ze een patera (een heilige kom als onderdeel van het offergerei) en in haar linkerhand een scepter (staf).

Het vinden van een betaalbare munt van Caligula is doodeenvoudig, zolang de verzamelaar zich maar beperkt tot deze dupondius. Caligula heeft veel meer munten geslagen in goud, zilver en brons, maar die zijn (helaas) bijna niet te vinden voor een redelijke prijs. De boosdoener is Nero die zo'n 20 jaar later, het zilvergehalte in de denarii verlaagde, waardoor miljoenen munten werden opgepot en omgesmolten.

Over keizer Caligula
De Romeinse keizer Gaius Julius Caesar stond beter bekend als Caligula. Caligula betekent soldatenlaarsje. Hij werd zo genoemd omdat hij als kind altijd met zijn vader (generaal Germanicus) in de legerkampen van het keizerrijk woonde. Caligula volgde zijn oom op, Keizer Tiberius. De burgers van Rome vonden Caligula in het begin een betere keizer dan Tiberius. Caligula was guller, organiseerde meer spelen in het colosseum en was vriendelijk. Op een gegeven moment werd Caligula ernstig ziek. De ziekte was naar alle waarschijnlijkheid hersenvliesontsteking en had een negatief effect op de keizer. Caligula geloofde na zijn ziekte dat hij een god was geworden. Hij liet veel van zijn tegenstanders vermoorden, plunderde de schatkist en werd steeds wreder tegen zijn volk. Een bekend voorbeeld van zijn gekte was zijn poging om zijn beste paard (Incitatus) tot consul te benoemen. Ook moest het leger onder leiding van Caligula pijlen en speren op de zee afvuren en schelpen rapen op het strand. De schelpen waren de oorlogsbuit van de overwinning op de oceaan. Zijn lijfwachten en de Senaat smeedden een complot om hem te vermoorden. Caligula stierf door een aanslag op zijn leven.

woensdag 10 oktober 2018

Een wreed tafereeltje

De Romeinen hadden er geen enkele moeite mee om bloeddorstige tafereeltjes af te beelden op hun munten. De achterzijde van deze denarius is hier een mooi (en luguber) voorbeeld van. De ruiter op zijn paard houdt een zwaard en een afgeslagen hoofd vast in zijn linkerhand. In zijn andere hand heeft hij een schild. Het afgeslagen hoofd is op deze munt duidelijk te zien. Het hoofd is van een barbaar (een Galliër) met wild haar. Dat het afgeslagen hoofd zo duidelijk herkenbaar is maakt dit muntje 'aantrekkelijker' dan veel andere muntjes van dit type waarop niet veel meer te zien is dan een wazige bol.

Het onderschrift is goed te lezen en luidt als volgt:
Q
M.SERGI
SILUS.

Dit is een afkorting van de questor (Q) Marcus Sergius Silus. Dit was een roemruchte bikkel die ten tijde van de republiek leefde en volgens de overlevering twee maal uit gevangenschap door Hannibal is ontsnapt, 23 maal gewond is geraakt en beschikte over een rechterhand van ijzer. Dit laatste is natuurlijk heel interessant. Het is vermoedelijk de eerste maal dat is opgeschreven dat iemand een prothese heeft.

Een beschrijving van deze beroemde generaal staat in het zevende geschiedenisboek van Plinius, gepubliceerd in AD 77.

Hieronder de tekst in het Engels:


"Nobody - at least in my opinion - can rightly rank any man above Marcus Sergius, although his great-grandson Catiline shames his name. In his second campaign Sergius lost his right hand. In two campaigns he was wounded twenty-three times, with the result that he had no use in either hand or either foot: only his spirit remained intact. Although disabled, Sergius served in many subsequent campaigns. He was twice captured by Hannibal - no ordinary foe- from whom twice he escaped, although kept in chains and shackles every day for twenty months. He fought four times with only his left hand, while two horses he was riding were stabbed beneath him.

He had a right hand made of iron for him and, going into battle with this bound to his arm, raised the siege of Cremona, saved Placentia and captured twelve enemy camps in Gaul - all of which exploits were confirmed by the speech he made as praetor when his colleagues tried to debar him as infirm from the sacrifices. What piles of wreaths he would have amassed in the face of a different enemy!"