Binnen de Romeins-provinciale numismatiek nemen de emissies uit het Oosten een belangrijke plek in. Een mooi voorbeeld hiervan is deze zilveren (billon) tetradrachme uit Antiochië (in Syrië), geslagen onder keizer Gordianus III.
Op de voorzijde de jonge keizer Gordianus III, het hoofd naar links, getooid met een stralenkrans en gekleed in een harnas (cuirassed bust). Het Griekse randschrift vermeldt de naam en titel van de keizer. Op de keerzijde een frontaal afgebeelde adelaar met gespreide vleugels, de kop naar links gedraaid. De adelaar houdt een krans in de snavel. In de afsnede onderaan bevindt zich de aanduiding SC (Senatus Consulto).
Deze tetradrachmen dienden vooral voor de troepenfinanciering in de oostelijke provincies. Met een diameter van bijna 27 mm is dit een lekkere grote munt.
Met een zilvergehalte van circa 30% tot 40% valt dit type munt onder billon, een legering van koper met een laag gehalte zilver. In de 3e eeuw n.Chr. kampten de Romeinen met een hollende inflatie, waardoor het zilvergehalte in zowel de keizerlijke als provinciale muntslag sterk achteruitging. Het zilveren uiterlijk werd bij deze tetradrachmen vaak behouden door het oppervlak chemisch te verrijken (chemical blanching), maar de kern bestaat grotendeels uit koper.
Op de voorzijde de jonge keizer Gordianus III, het hoofd naar links, getooid met een stralenkrans en gekleed in een harnas (cuirassed bust). Het Griekse randschrift vermeldt de naam en titel van de keizer. Op de keerzijde een frontaal afgebeelde adelaar met gespreide vleugels, de kop naar links gedraaid. De adelaar houdt een krans in de snavel. In de afsnede onderaan bevindt zich de aanduiding SC (Senatus Consulto).
Deze tetradrachmen dienden vooral voor de troepenfinanciering in de oostelijke provincies. Met een diameter van bijna 27 mm is dit een lekkere grote munt.
Met een zilvergehalte van circa 30% tot 40% valt dit type munt onder billon, een legering van koper met een laag gehalte zilver. In de 3e eeuw n.Chr. kampten de Romeinen met een hollende inflatie, waardoor het zilvergehalte in zowel de keizerlijke als provinciale muntslag sterk achteruitging. Het zilveren uiterlijk werd bij deze tetradrachmen vaak behouden door het oppervlak chemisch te verrijken (chemical blanching), maar de kern bestaat grotendeels uit koper.







