Op de keerzijde een afbeelding van Fortuna, zittend met roer en hoorn des overvloeds en een wiel onder haar stoel. Dit munttype herdenkt de terugkeer van de broers Caracalla en Geta van Brittannië naar Rome na de dood van hun vader Septimius Severus in York op 4 februari 211 n.Chr.
Geta, de broer van Caracalla en zoon van Septimius Severus, diende als Caesar van 198 tot de dood van zijn vader in 211. Daarna werd hij Augustus en deelde hij de hoogste positie met Caracalla. Caracalla wilde hier echter niets van weten. Hij lokte Geta in de val met een geveinsde verzoeningspoging op het neutrale terrein van het huis van hun moeder. In plaats daarvan werd Geta echter in een hinderlaag gelokt door soldaten van Caracalla en meedogenloos vermoord toen hij wanhopig zijn toevlucht zocht in de armen van zijn moeder.
Na de moord voerde Caracalla een grootschalige zuivering uit, waarbij zo'n 20.000 aanhangers van Geta werden omgebracht. Ook beval Caracalla een damnatio memoriae (vervloeking van de herinnering), waarbij de naam en afbeeldingen van Geta overal in het Romeinse Rijk werden uitgewist of vernield.
Daarom is het best bijzonder dat deze sestertius van Geta de damnatio heeft overleefd. Sestertii van Geta zijn redelijk zeldzaam en daarom duur in een goede kwaliteit.
Hieronder nog een tekening van de achterzijde van deze munt.
Het wiel op de munt herinnert aan het hedendaagse Rad van Fortuin (wheel of fortune), dat ook in spelshow geregeld wordt gebruikt, en symboliseert dat het geluk kan draaien als een wiel en mensen vaak zijn overgeleverd aan de grillen van het lot.






